‘Wij hebben ons eigen volk onderschat’

Akram Antaki
Akram Antaki heeft de laatste tien jaar gezocht naar de smalle marge van vrij denken in Syrië. Half maart schreef hij een uitvoerige beschouwing, vol zorg over een revolutie die gewelddadiger en sektarischer wordt.
Jan Jaap van Oosterzee

Akram Antaki is misschien niet het meest voor de hand liggende gezicht van de Syrische revolutie. Ook zou hij zich erg ongemakkelijk voelen bij aanduidingen als ‘intellectuele vader van de revolutie’. Een revolutie die hij helemaal niet verwacht en gewild had. Tot drie maanden na de eerste demonstraties pleitte hij, als zo velen, voor een pad van hervormingen en dialoog. Hij is eerder verbaasd over wat er gebeurt in Syrië.

Ik ontmoette Antaki voor het eerst in 2008, toen ik als teamleider Midden-Oosten van het net gefuseerde IKV Pax Christi Syrië bezocht. Mijn collega Marjolein Wijninckx, afkomstig uit het andere deel van die fusie, werkte al jaren met hem. Een oudere man, in de zeventig, intellectueel uit de Damasceense middenklasse, christen. Hij is hoofdredacteur van het online-tijdschrift Maaber, een filosofisch-cultureel tijdschrift dat vooral gericht is op het verspreiden van ideeën over geweldloze verandering. In het tijdschrift levert hij commentaar op maatschappelijke en in toenemende mate ook politieke ontwikkelingen in Syrië. Enkele jaren geleden verraste hij al door openlijk te pleiten voor een vredesproces met Israël. Antaki is een van de mensen die in de laatste tien jaar heeft gezocht naar de smalle marge van vrij denken in Syrië. Zoals de meeste politiek bewuste christenen is hij communist geweest, en zoals zo velen heeft hij zich later van het communisme afgekeerd. Te rechtlijnig, te gewelddadig. Het propageren van geweldloosheid, dat ziet hij als zijn bijdrage aan een vreedzamer en vrijer Midden-Oosten.

Veel van de literatuur die in de rest van de wereld toegankelijk is bestond niet in het Arabisch. Zo vertaalde hij werk van Tolstoi, Ghandi, Martin Luther King. Omdat het niet zozeer gezien werd als politiek werk, en omdat het regime graag iets van een menselijk gezicht liet zien, werd het toegestaan. Het laatste jaar voor de revolutie wijdde hij zich aan een vertaling van het belangrijkste werk van de joodse filosoof Martin Buber, Ich und Du, in het Arabisch. Een lastige klus, omdat hij vanuit een Engelse vertaling moest werken en hij, terecht waarschijnlijk, vreesde dat die niet alle finesses van de Duitse tekst goed weergaf. Een wonderlijke intellectuele reis: de voormalige communist, geseculariseerde christen komt terecht bij de utopistische, diep religieuze jood Buber. Antaki is dan ook in de eerste plaats intellectueel, op een manier die wij als Westerlingen niet meer aandurven.

Antaki ontmoeten was steeds weer een intellectueel avontuur. In zijn kleine rokerige kantoortje ergens in Damascus spraken we dan met hem en de jongeren die met hem werkten, over hun werk in Syrië. Hij heeft een scherpe geest en stelde vaak ongemakkelijke vragen, ook aan ons. Of wij niet te kritisch waren over de PLO, te gemakkelijk dachten over Hamas en de Moslimbroederschap. Zodra het leek of IKV Pax Christi zijn partners in het Midden-Oosten een idee of een benadering wilde opdringen, vonden we Antaki op ons pad. Dat kon zeker bij door ons georganiseerde conferenties lastig zijn. Maar ik leerde ook dat zijn kritiek ook wel zijn grootste waardering was.

Trots
Enkele maanden terug, eind 2011, kon ik hem voor het laatst direct spreken. Net als alle Syriërs die ik spreek had hij de meest verschrikkelijke verhalen over het geweld van het regime en is hij bezorgd over een verdeelde en weinig effectieve Syrische Nationale Raad als oppositie. Maar toch, zijn verhaal begon met woorden van hoop: ‘Nooit had ik verwacht in mijn leven nog een democratisch Syrië te kunnen meemaken, nu denk ik dat het misschien toch kan.’ Een zichtbare politieke rol speelt hij niet in de revolutie. Voor demonstraties is hij te oud, voor een politieke carrière heeft hij geen ambitie. Maar zijn vertaalwerk, zijn commentaren en ideeën leveren hun bijdrage. Al meerdere jonge revolutionairen heb ik horen vertellen hoe zij zich door het werk van Antaki en Maaber geïnspireerd voelen. Terwijl veel van de kritische intellectuelen intussen Syrië uitgevlucht zijn, leeft hij nog steeds in een van de Damasceense buitenwijken waar regelmatig schermutselingen plaatsvinden. Opmerkelijk genoeg kan hij het werk met Maaber gewoon doorzetten, de veiligheidsdiensten hebben blijkbaar iets anders aan hun hoofd.

Bij het bezoek vertelde hij vol trots over de revolutie: ‘Wij, de intellectuelen uit Damascus, wij hebben ons eigen volk volkomen onderschat. Wij hadden nooit gedacht dat ze dit zouden kunnen. Een jaar lang al zo massaal in verzet. En zo vreedzaam.’

Half maart, de revolutie is een jaar gaande, stuurt Akram ons een uitvoerige beschouwing. Vol zorg over een revolutie die steeds gewelddadiger en sektarischer wordt. Geïnspireerd door Buber probeert Akram zich in te leven in de ‘ander’, zowel de machthebbers als de revolutionairen die tot geweld overgaan. Voor hem is dit duidelijk een worsteling. We doen hem het meeste recht door vooral hemzelf aan het woord te laten.

‘Een jaar is voorbij, of bijna, sinds de revolutie uitbrak in mijn land. En de revolutie is nog niet voorbij. Een jaar vol tragedie, bloed en frustratie, en tegelijkertijd, vol hoop en dromen…

Een tijdje geleden schreef een “oude vriend” op zijn Facebookpagina: “We veranderden de vrijheid van een schitterende droom in een ​​donkere tunnel.” Ik zie het gemak waarmee sommigen mooie woorden gebruiken met lede ogen aan. Ik overweeg of deze “oude vriend” en anderen gelijk kunnen hebben, of we ons kunnen isoleren van wat er gaande is en de drama’s van dit leven minzaam kunnen behandelen alsof ze met ons niets te maken hebben. Maar dit is onmogelijk, uit het oogpunt van het geweten, en ook vanuit het oogpunt van het leven (althans voor mij). Ik denk dat diegenen die zich isoleren niets meer kunnen begrijpen. […]

Het eerste wat ik zie bij [degenen aan de macht], en dat beangstigt me, is het werkelijke verlies van enige connectie met het leven en de pijn van mensen. En dus met de “gij” [Akram refereert hier aan Ich und Du van Buber] dat de weerspiegeling is — positief of negatief — van hun opgeblazen zelf. Dit leidde tot het verlies van het gevoel van verantwoordelijkheid… en het verlies van wijsheid.

Want, als ze zouden beschikken over enige wijsheid en enig gevoel van verantwoordelijkheid, zouden we niet zijn ​​waar we nu zijn. Het zou mogelijk zijn geweest om met mededogen en direct om te gaan met de incidenten die begonnen in een gebied — dat werd beschouwd als pro-regime. Het zou mogelijk zijn geweest om het probleem in de knop, met wederzijdse instemming, te beëindigen. Het zou voldoende zijn geweest als de mensen aan de top van het regime zich direct en nederig gericht hadden tot de slachtoffers, als partners in het vaderland. Ze hadden zich publiekelijk kunnen verontschuldigen tegenover hen. Ze hadden degenen die verantwoordelijk zijn voor die wandaad moeten verwijzen naar de rechterlijke macht. Maar wat gebeurde was het tegenovergestelde, en daarom was het een ontkenning van de geest van partnerschap, en een ontkenning van het leven…

Als ze enig gevoel van verantwoordelijkheid en wijsheid hadden gehad, zouden zij niet het nationale leger de steden hebben laten bombarderen. De deserties die later plaatsvonden, voor het eerst in de moderne geschiedenis van het land, zouden tegemoet zijn getreden met een eerlijke en openbare dialoog, met daadwerkelijke inspanningen om de oorzaken te achterhalen en te behandelen… ze zouden dringend, volhardend en voortdurend een directe, openbare en eerlijke dialoog hebben gezocht met iedereen, en vooral met het volledige spectrum van de oppositie.
Want als ze enige wijsheid of gevoel van verantwoordelijkheid gehad hadden, zou de revolutie allereerst niet hebben plaatsgevonden. […]

Ik probeer mezelf te verplaatsen in iemand wiens huis werd verwoest, die werd gemarteld of een geliefde verloor. Zijn eerste antwoord aan mij zou kunnen zijn: theoretiseren is makkelijk voor u, die niet beschadigd of mishandeld is. En voor degenen die niet een broer of een geliefde verloren hebben.

Ik begrijp deze eerste reactie en deze afwijzing die terecht is op menselijke gronden. Maar leiden directe en spontane reacties tot de oplossing van de huidige crisis? Of maken ze de zaak nog ingewikkelder?

Want terwijl de wortels van de volksbeweging in ons land — die is uitgegroeid tot een overweldigende revolutie als gevolg van het wanbestuur van de machthebbers — moreel, humanitair van aard zijn, wat de eisen betreft, en nationaal, deden vele redenen die iedereen te boven gaan dat wat sektarisch is, groepsgeoriënteerd en particulier prevaleren boven het humanitaire, nationale en publieke. Dit bracht de geleidelijke transformatie van wat een vreedzame en nationale volksbeweging was die de zorgen, dromen en problemen van de mensen droeg, tot daden van geweld die zijn uitgegroeid tot gevechten tussen legers. Dit opende de deur naar buitenlandse interventies door alle partijen, en we kwamen allemaal terecht in een donkere tunnel die geen van de betrokkenen gewild heeft. […]

Kan er een oplossing voor enige crisis gevonden worden, of de oplossing voor enig probleem, zonder dialoog? Ik word geantwoord door dezelfde filosoof die ons vanboven beziet [Martin Buber]: “Spreker, je spreekt te laat. Een tijdje geleden nog maar zou je in staat zijn geweest te geloven in je betoog, nu niet meer. Want nu zie je net als ik dat de staat geen leiding meer heeft. De stokers gooien nog steeds kolen op het vuur, maar de leiders hebben nu alleen de schijn van controle over de razende machines.”

Ik denk dat dit helaas de waarheid van ons land is vandaag. De staat wordt niet echt meer geleid. De leiders stapelen fouten en kolen op elkaar, met een gebrek aan wijsheid, en hebben nog slechts nog de schijn van controle over de razende machines die ons zullen leiden tot vernietiging.
Ik denk dat precies hierom zij onmiddellijk moeten aftreden en plaatsmaken voor anderen.
Ik denk dat ook precies hierom iedereen wijs en visionair moet zijn zodat dit de kern wordt van een werkelijke overeenkomst tussen alle onderdelen van dit land.

Anders, of we dat nu leuk vinden of niet, zal de revolutie zich voortzetten evenals de vernietiging, die niet zal stoppen totdat iedereen de noodzaak voelt om een ​​beslissend en principieel standpunt in te nemen tegenover wat er gebeurt…

Ja, de revolutie zal voortduren, en daarmee, helaas, de vernietiging, tot de wijzen van alle partijen van onze samenleving de controle zullen overnemen…

Ik keer uiteindelijk terug naar mezelf, en huil en bid voor de zielen van de martelaren, en dat de gevechten stoppen…

Ik keer terug naar mezelf, ik heb gezegd wat gezegd moest worden…”

Volledige tekst in het Engels:
http://ikvpaxmenablog.wordpress.com/2012/03/08/een-reflectie-op-een-jaar...

Jan Jaap van Oosterzee is medewerker beleid en public affairs Midden-Oosten en Kaukasus bij IKV Pax Christi.