De gevangenbewaarderzemzem
Syrische gevangenisliteratuur
Haar verzameling Syrische gevangenisliteratuur begon met het verhaal De luit van Abu Hamdan, geschreven door haar vader. Voor haar scriptie onderzocht Rehab Chaker het personage van de gevangenisbewaker.
Het moet medio jaren tachtig zijn geweest, de Syrische president Hafez al-Assad was tijdens een persconferentie op televisie. Buitenlandse journalisten stelden hem allerlei vragen en hij beantwoordde ze geduldig. Het was indrukwekkend te zien hoe de leider zich aan de vragen onderwierp. Van alle antwoorden die hij gaf, kan ik me er één nog heel goed herinneren. De vraag ging over de politieke gevangenen in Syrië en het antwoord van de president was eenduidig: ‘We hebben helemaal geen politieke gevangenen in Syrië!’ Ik begreep het toen niet: ‘Hoezo zijn er geen politieke gevangenen in Syrië? En mijn vader dan? En al die andere mannen en vrouwen?’ Ik bleef met die vragen rondlopen en besprak het met iedereen. Verbaasd merkte ik dat volwassenen het antwoord van de president niet vreemd vonden. ‘Maar hij liegt’, riep ik, waarop ze bitter lachten. Nu, vele jaren later, vraag ik me dat nog steeds af. Waar waren deze honderden mannen en vrouwen? Wat voor bestaan hadden ze? Wie vertelt het mij? Vele Syrische gevangenisverhalen hebben inmiddels het licht gezien, en er zullen er meer volgen. Mijn verzameling Syrische gevangenisliteratuur is groeiende, maar ze is ooit met één kort verhaal begonnen: De luit van Abu Hamdan (zie pag. 67). Ergens in de jaren negentig, toen hij inmiddels uit de gevangenis was, schreef mijn vader een kort verhaal dat hij aan zijn nog gevangen kameraden opdroeg. Dit verhaal verdween heel lang tussen onbelangrijke papieren. Maar vele jaren later besloot ik het verhaal over de luit te voorschijn te halen en verder op zoek te gaan naar verhalen van andere politieke gevangenen. Ik ben speciaal naar Syrië gereisd om boeken te verzamelen en de auteurs te ontmoeten. De schrijvers bleken sinds hun vrijlating contact te hebben onderhouden en een informeel netwerk te vormen. Dit vergemakkelijkte mijn zoektocht en van de ene schrijver kreeg ik het nummer van de andere. Zodoende had ik na verloop van tijd een stuk of veertig teksten: een heus corpus van Syrische gevangenisliteratuur. Zeldzame collectieDeze zeldzame collectie heeft mijn interesse voor de combinatie van gevangenschap en literatuur alleen maar aangewakkerd. Ik besefte al snel dat deze teksten behoren tot een bijzonder literair genre. Gevangenissen, martelingen en politieke moorden zijn belangrijke thema’s in de Arabische literatuur. Syrië heeft bij uitstek een rijke gevangenisliteratuur: vanaf 1980 hebben grote arrestatiegolven plaatsgevonden. Hoeveel jaren heb je geslapen? is inmiddels een bekende vraag in Syrië en betekent zoveel als: hoeveel jaren heb je gevangen gezeten? Het antwoord luidt meestal: negen, elf of zestien jaar. Als je niet al een schrijver bent, dan word je er een na zoveel gevangeniservaring. Lang heb ik voor mijn scriptie geaarzeld tussen thema’s zoals tijd, plaats, martelen en vrijheid. Ik zocht naar een invalshoek, een manier om door een enkel aspect van deze literatuur te onderzoeken, een beter idee te krijgen van het geheel. Uiteindelijk heb ik voor een thema gekozen dat niet erg voor de hand lag: het personage van de gevangenbewaarder. Ik heb voor dit thema gekozen omdat ik verleid werd door de dikke waas die de persoon van de gevangenbewaarder omringt. Ook werd ik aangemoedigd door het feit dat er weinig onderzoek is gedaan naar het personage van de gevangenbewaarder. Het beeld van de gevangenenbewaarder hier is dan ook enkel een reconstructie van het literaire personage zoals dat geschapen is door de (ex-) gevangene. Dat neemt niet weg dat er overeenkomsten kunnen zijn tussen het personage en de persoon van de gevangenbewaarder. De verhalen zijn immers geen pure fantasie, maar op een persoonlijke ervaring gebaseerd. De meeste auteurs van de voorliggende gevangenisliteratuur zijn in de jaren vijftig van de vorige eeuw geboren. Op drie vrouwen na, zijn alle schrijvers van het mannelijke geslacht. De duur van de gevangenschap en de omstandigheden van de gevangenis variëren sterk. Op één schrijver na, zijn alle schrijvers politiek links en seculier georiënteerd. De schrijvers behoren tot verschillende etnische groepen en religieuze stromingen. De boeken zijn tussen 1988 en 2008 verschenen. Een klein deel van deze teksten is in de gevangenis geschreven, de rest is na vrijlating opgetekend. De oppositionele inhoud van deze teksten maakt dat ze in Syrië moeilijk uit te geven en te verkrijgen zijn. Boeken die wel in Syrië gepubliceerd zijn, worden over het algemeen niet meer verkocht of heruitgegeven. De schrijver moet zijn tekst vaak aanpassen om het in Syrië te laten publiceren. Zo moeten alle data en plaatsnamen verzwegen worden. De meeste boeken zijn echter in Libanon of elders gepubliceerd. Een enkele schrijver heeft zijn eigen druk handmatig vervaardigd. VertelperspectiefDe verhalen die ik heb onderzocht zijn vanuit het perspectief van de gevangene verteld. Over de gevangenbewaarder wordt er in de derde persoon gesproken. De meervoudsvorm ‘ze/zij’ komt heel vaak voor en duidt een hele groep gevangenbewaarders aan die totaal gescheiden is van de wereld van de gevangenen. Ook wordt er over de gevangenbewaarder in de enkelvoudsvorm ‘hij’ gesproken. Hij treedt in de derde persoon op, wat hem vrijwaart van elke vorm van zelfinzicht of kritiek op het eigen handelen. Het beeld van de bewaarder wordt geschapen door een (ex-) gevangene. Hoewel deze bron gekleurd is door het slachtofferschap, is hij niet per definitie onbetrouwbaar. De schrijver is op zijn minst een ooggetuige die verslag doet van zijn belevenissen. Een getuigenis is natuurlijk wel subjectief, en dit heeft consequenties voor het beeld van het personage van de gevangenbewaarder. Hij is namelijk doorgaans de antiheld. Hij vertegenwoordigt een personage waar je je als lezer niet mee wilt identificeren, of misschien zelfs niet mee kunt identificeren. Tegelijkertijd is er nieuwsgierigheid. Hij roept bij de lezer veel vragen op: wie is hij, waar komt hij vandaan en waarom is hij hier? Hoe kan hij dit in godsnaam doen? De teksten geven weinig directe, kant-en-klare antwoorden. De meest directe manier om deze antiheld beter te leren kennen is met hem te spreken. Via dialogen laat de gevangenbewaarder zich kennen. Zonder veel commentaar van de verteller wordt de tekst van de gevangenbewaarder soms ‘letterlijk’ opgenomen. In de directe rede lijkt de verteller het woord tijdelijk aan de gevangenbewaarder af te staan. Meningen en ontboezemingen van de gevangenbewaarder krijgen we uitsluitend via deze weg te weten. Analyse van deze dialogen kan hopelijk een nieuw licht werpen op de persoon van de gevangenbewaarder en op hoe hij tegen de dingen aankijkt. Een schrijver die relatief veel dialogen met de gevangenbewaarders en de officieren ‘voert’ is Mustafa Khalifa (voor zijn verhaal De schelp, zie pag. 76) Als geen ander zet hij dialogen neer die levendig, spannend en soms hilarisch zijn. Maar zijn dialogen hebben helaas de duidelijke trekken van een schijnconversatie: een dialoog die niet leidt tot wederzijdse uitwisseling van dieper gelegen innerlijke beweegredenen. Deze dialogen worden veeleer ingezet om te laten zien hoe ernstig de toestand van de gevangene is. De schrijver weet niet veel over de gevangenbewaarder en wil of kan absoluut niet in zijn schoenen staan. IJzeren tandenAan de hand van het beschrijvingsmodel van De Beus* heb ik een portret van de gevangenbewaarder proberen te schetsen. Ik vond de volgende vier eigenschappen van het personage van de gevangenbewaarder relevant om te bestuderen: zijn naam, uiterlijk, achtergrond en ideologie. Over de naam van de gevangenbewaarder ben ik eigenlijk niet veel wijzer geworden. De gevangenbewaarder blijft over het algemeen een naamloos personage. Dit kan een veiligheidstruc zijn van de kant van de schrijver, maar het kan ook een literaire keuze zijn om de gevangenbewaarder van zijn menselijke trekken te ontdoen. En het kan natuurlijk ook heel goed dat beide overwegingen een rol spelen. Maar de gevangenen weten ook heel vaak niet hoe de gevangenbewaarder heet. Ze verzinnen zelf een bijnaam voor hem of maken gebruik van de Abu-constructie: hij wordt dan naar de naam van zijn (mogelijke) eerste zoon genoemd. Een uitzondering op deze regel vormt Hibah ad-Dabbagh die op een wonderlijke wijze de naam, de rang en de etnische achtergrond van iedere verhoorder weet te vertellen. De schrijfster vertelt alleen niet hoe ze aan die namen is gekomen. Het melden van de naam van de gevangenbewaarder kan in dit geval een poging zijn om niet alleen het systeem aan te klagen, maar ook de kleine radertjes die het draaiende houden. Een nauwkeurige, realistische beschrijving van het uiterlijk van de gevangenbewaarder komt in de gevangenisliteratuur weinig voor. De gevangenbewaarder wordt vaak helemaal niet of op een onrealistische wijze beschreven. Het komt bijvoorbeeld voor dat een gevangenbewaarder een overhangende geharnaste buik en ijzeren tanden heeft. Precieze beschrijvingen van het uiterlijk van de gevangenbewaarder worden wellicht vermeden om zijn mens-zijn niet te hoeven benadrukken. Dit zou namelijk het slachtofferschap van de schrijver kunnen ondermijnen. Dit probleem wordt omzeild door de stijlfiguur ‘pars pro toto’ in te zetten, waarbij de auteur een gedeelte van een object neemt (de gevangenbewaarder) wanneer hij het hele object noemt (de gevangenis). De gevangenbewaarder staat dan als symbool voor de hele gevangenis. De lelijkheid van de gevangenbewaarder slaat dan niet op zijn eigen gezicht, maar op dat van het hele systeem. Weinig verhalen handelen over de achtergrond van de gevangenbewaarder. In het werk van twee schrijvers komt de gevangenbewaarder uit een arm milieu en heeft hij de ene mislukking na de andere meegemaakt. Hij is niet goed op school en heeft nooit een beroep geleerd. Andere informatie over zijn achtergrond die de lezer krijgt is dat hij wel eens het dialect van de alawieten spreekt. Dit is natuurlijk een openlijke verwijzing naar de religieuze sekte van de Syrische president. Een samenspel van armoede, slechte toekomstperspectieven en grootscheeps nepotisme en corruptie, is er dus verantwoordelijk voor dat de alawieten relatief oververtegenwoordigd zijn onder de gevangenbewaarders en het andere gevangenispersoneel. Twee andere bijzondere groepen onder de gevangenbewaarders zijn de dienstplichtigen en al-baladiyyaat: gevangen militairen die de functies van de professionele gevangenbewaarders met verve aanvullen. De gevangenisliteratuur vertelt ook weinig over de ideologie en de denkbeelden van de gevangenbewaarder. De gevangenbewaarder laat zijn sympathieën en antipathieën vaak indirect zien, door bijvoorbeeld op een koran te trappen. Ook als vertegenwoordiger van het regime staat de gevangenbewaarder ideologisch niet per se tegenover de gevangene. Dit wordt het beste geïllustreerd door het alom gepropageerde principe in het land: het socialisme. De partij van de staat probeert zich namelijk als socialistisch voor te doen, maar een groot gedeelte van zijn politieke gevangenen zijn overtuigd socialistisch of communistisch. In het literaire pleidooi dat Faraj Bayraqdar bij de rechtbank van de staatsveiligheid in 1993 heeft ingediend, plaatst de schrijver een paar terechte vraagtekens bij de beschuldiging dat hij het socialisme zou hebben willen verhinderen. Het bewijs dat hij tegen het socialisme is, zou geleverd zijn door het feit dat hij tegen het regime is. Het socialisme is dus in de logica van de staat gelijk aan het regime, zodat elke intellectueel die de staat bekritiseert, meteen van anti socialistische tendensen kan worden beschuldigd. GrijptangHet handelen van de gevangenbewaarder kan onder andere vanuit zijn instrumentele functie begrepen worden. Hij is namelijk de grijptang waarmee de president zijn tegenstanders aanpakt. Ook worden er in de gevangenisliteratuur pogingen gedaan om het handelen van de gevangenbewaarder vanuit gebreken in zijn persoonlijkheid en moraliteit te verklaren. Door de passages te analyseren waarin het geweld van de gevangenbewaarder toe- of afneemt, heb ik getracht te achterhalen wat volgens deze auteurs de andere motieven en beweegredenen van de gevangenbewaarder zouden kunnen zijn: (sociale en sektarische) wraak, afschrikken, hebzucht en carrière maken. Maar is de gevangenbewaarder altijd een dader, of is (ex-)gevangen schrijver ook bereid om zijn slachtofferschap met hem te delen? En hoe zit het dan met de goede gevangenbewaarder? De goede gevangenbewaarder is een zeldzaam personage. In de overgrote meerderheid van de teksten is de goede gevangenbewaarder totaal afwezig. In de weinige passages die aan hem gewijd zijn komt er of een beeld naar voren van een dubbelzinnig personage aan wiens goedheid getwijfeld wordt, of is het beeld van de gevangenbewaarder er een van een machteloos personage dat meteen na een eerste bestraffing uit het verhaal verdwijnt. Bovendien komt het voor dat de goede gevangenbewaarder iemand is, die gedurende het verloop van het verhaal en onder druk van de harde omstandigheden in een slechtere gevangenbewaarder verandert. In mijn zoektocht naar de goede bewaarder ben ik iets heel interessants tegengekomen: de gevangene krijgt behoefte aan contact met de gevangenbewaarder wanneer de gevangene alleen in een isoleercel zit. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het korte verhaal Lichtpuntje van Taleb Ibrahim (zie pag. 74). De meeste schrijvers gaan uit van het daderschap van de gevangenbewaarder. Dat hij ook een slachtoffer zou kunnen zijn wordt in enkele teksten geopperd. Zo is aj-Jibai erin geslaagd in een van zijn toneelstukken een personage te creëren dat zowel een gevangene is als een gevangenbewaarder: de gevangen gevangenbewaarder. De teksten die het slachtofferschap van de gevangenbewaarder illustreren zijn erg interessant, omdat ze de auteurs een stapje dichter bij hun eigenlijke schrijfdoel brengen: het (literair) neerhalen van de politieke gevangenissen. Wat blijft er over van een systeem dat alleen slachtoffers maakt? Niets waarop we trots kunnen zijn. Rehab Chaker is arabiste. Ze werkt momenteel als beëdigd tolk/vertaler. Dit artikel is gebaseerd op haar doctoraalscriptie Arabisch uit 2009 aan de Universiteit van Amsterdam. Voor haar afstuderen heeft ze twaalf gevangenisverhalen mede vertaald. Drie van deze verhalen zijn in deze ZemZem opgenomen. |