Iraanse rel over interview in ZemZem

Abdulkarim Soroush
The Expansion of Prophetic Experience.
Essays on Historicity, Contingency and
Plurality in Religion

Vertaald door Nilou Mobasser
Leiden: Brill
400 pag. € 109,–

Mohammed is de producent en schepper van de koran. Dat zei de Iraanse denker Abdolkarim Soroush in een interview met ZemZem in 2007. Het ging over zijn boek The Expansion of Prophetic Experience, dat nu door Brill in Engelse vertaling is gepubliceerd. Hoewel het boek al bijna tien jaar geleden in het Perzisch verscheen, leidde het interview in Iran tot een rel.

‘Hebt u het interview soms zelf verzonnen?’ mailde de Iraanse journalist Ali Ibrahim vanuit Teheran. Zijn toon was zakelijk, alsof hij naar een neutraal feit informeerde. ‘Nee hoor,’ antwoordde ik verbaasd, ik heb het niet zelf verzonnen. Maar waarom vraagt u dat eigenlijk?’

Een half jaar daarvoor, in augustus 2007, had ik Abdolkarim Soroush geïnterviewd, die in Nederland te gast was bij het ISIM. Soroush gaf nauwelijks interviews aan Nederlandse journalisten, waarschijnlijk omdat hij geen zin had om over de Iraanse politiek te praten. Maar toen ik hem op aanraden van ZemZem-redacteur Robbert Woltering vroeg om een interview over de koran stemde hij meteen toe. Binnenkort zou bij Brill de Engelse editie van zijn boek The Expansion of Prophetic Experience uitkomen. Het gerucht ging dat hij in dat boek het mirakel van de openbaring ter discussie stelde en suggereerde dat Mohammed de auteur van de koran was. Dat, zo weten ingewijden, was zo’n beetje het laatste grote taboe in de islamitische hervormingsdiscussie.

Soroush wordt wel de huis-intellectueel van de Iraanse hervormingsbeweging genoemd. Hij behoort tot een groep voormalige medestanders van Khomeini’s Islamitische Revolutie die is teruggekomen op het idee van een islamitische staat: een staat die zijn onderdanen onder dwang islamiseert. Volgens Soroush is iedere interpretatie van de koran mensenwerk en feilbaar. Niemand kan dus claimen in het bezit te zijn van de enig juiste interpretatie en een ander in naam van God zijn wil opleggen. Met dergelijke opvattingen ondermijnt hij de macht van de geestelijkheid in Iran. Hij kan dan ook al enige tijd niet meer werken in zijn vaderland.
In het vraaggesprek dat volgde ging Soroush op spectaculaire wijze tekeer tegen het dogma van de letterlijk geopenbaarde koran. Wat de profeet van God ontvangen had, meende hij, was de vormeloze inhoud van de koran. De profeet had die inhoud vervolgens vormgegeven in de Arabische taal en bij die vertaalslag speelden al zijn menselijke beperkingen een rol: de geringe wetenschappelijke kennis van zijn tijd, maar ook zijn karakter, zijn jeugdervaringen, zijn persoonlijke voorkeuren en zelfs zijn wisselende stemmingen.

Soroush was niet te beroerd om zelf de politieke implicaties van die visie uit de doeken te doen: de koran was alleen onfeilbaar in zijn religieuze inhoud en niet in zijn historische vorm. Als moslims zich in deze tijd door de koran wilden laten leiden moesten ze zich richten op de geest en niet op de letter. Het streven om koranvoorschriften letterlijk toe te passen was absurd en leidde alleen maar tot narigheid. Tot slot wilde Soroush ook nog graag kwijt dat deze ideeën helemaal niet nieuw waren maar terug te vinden bij filosofen en mystici tot in de vroegste tijd van de islam.

Tumult

Toen het interview uitkwam (ZemZem jrg.3 nr.3 / 2007) waren onze verwachtingen hoog gespannen. ZemZem heeft nu eenmaal niet elke dag een primeur. Tot onze verbazing bleef het echter stil rond het interview. Alleen dagblad Trouw maakte er kort melding van in zijn tijdschriftenrubriek. We haalden onze schouders op en richtten onze aandacht op andere zaken.

Maar een paar maanden later kwam dus die mail uit Teheran. Wat bleek? Een Perzische vertaling van het interview op de Iraanse website Alef had in Iran vanaf begin februari tot groot tumult geleid. De commotie, die enkele maanden voortduurde, begon in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van maart 2008, waardoor de spanningen tussen conservatieven en hervormers toch al oplaaiden. Conservatieve geestelijken onder leiding van ayatollah Ja’far Sobhani vielen Soroush aan via het conservatieve nieuwsagentschap Fars News. Hun belangrijkste argument was dat God zelf in de koran duidelijk verklaart dat het hier om een boek gaat dat letterlijk aan Mohammed wordt ‘neergezonden’.

Journalisten gingen vervolgens met die kritiek aan de haal en schreven dat Soroush ontkende dat de koran van God afkomstig was. Soroush verweerde zich daartegen in een interview met de gematigde krant Kargozaran. Dat heb ik nooit gezegd, stelde hij. Mensen die beweerden dat hij het goddelijke mirakel van de koran in twijfel trok, hadden — God verhoede het — persoonlijke of politieke motieven. Of ze hadden hem verkeerd begrepen, wat dan waarschijnlijk het gevolg was van hun gebrekkige kennis van de islamitische mystici waarop hij zich beriep.

Sommige medestanders van Soroush — die vonden dat hij dit keer wel erg ver gegaan was — trokken uit die uitspraken de conclusie dat hij zich van het interview in ZemZem distantieerde en dat het misschien wel nooit had plaats gevonden. Maar wat Soroush in feite bedoelde was dat het auteurschap van Mohammed de goddelijke herkomst van de koran helemaal niet uitsloot. De koran kwam zowel van God als van Mohammed, omdat Mohammed mystieke eenwording met God bereikt had.

Soroush en Sobhani zetten hun discussie voort in aan elkaar gerichte open brieven in Kargozaran. De toon van het debat was over het algemeen redelijk, maar er waren ook radicalere geluiden. De invloedrijke ayatollah Nouri Hamedani uit Qom riep dat Soroush met zijn uitspraken het profeetschap ondermijnde en dat zijn uitlatingen daarom ernstiger waren dan die van Salman Rushdie. Als Soroush het expres gedaan had en niet uit onwetendheid, dan moesten moslims ‘hun plicht doen’. Met die plicht bedoelde Hamedani het voltrekken van de doodstraf die volgens de conservatieve sharia-opvatting moet volgen op afvalligheid. Hij wist ook nog een aantal studenten in de stad Qom te mobiliseren om tegen Soroush te demonstreren.

Uitdaging

Hamedani’s uitval drong door tot de Engelstalige internationale media. Maar veel opzienbarender was eigenlijk dat er behalve geestelijken ook allerlei intellectuelen aan het debat deelnamen en dat er in Iran blijkbaar in alle openheid over dit soort kwesties gesproken kon worden. Verschillende deelnemers uitten hun genoegen over de vrijheid en redelijkheid van het debat. ‘Dit is een gezegend debat,’ stelde de verlichte geestelijke Mohammed Taqi Fadil Maybudi uit Qom tijdens een interview met Radio Monte Carlo, ‘juist omdat we het voeren zonder elkaar voor ongelovigen uit te maken. We hebben in Iran de ruimte nodig om openlijk te discussiëren over gevoelige zaken als de aard van de openbaring, dat is de grootste uitdaging voor onze maatschappij. Het wapen van de verkettering heeft het vrije denken lang genoeg gesmoord.’

Irans hoogste leider ayatollah Ali Khamenei kwam tussenbeide met dezelfde raad: Mensen die het volk misleiden met pseudo-filosofie, stelde hij, moeten bestreden worden met de waarheid en niet door ze tot afvalligen te verklaren. Dat soort uitspraken van hoge religieuze leiders lijken een bevestiging van de these van voormalig ISIM-directeur Asef Bayat dat Iran op weg is naar een ‘post-islamistisch’ tijdperk. In de soennitische Arabische wereld blijven zaken als de aard van de openbaring vooralsnog totaal onbespreekbaar.

Dat het interview hier te lande weinig opzien baarde is achteraf wel te begrijpen. In het seculiere Nederland hebben we geen gevoel meer voor de politieke implicaties van dit soort theologische debatten. Maar hoe te verklaren dat het in Iran wél tot een rel leidde, terwijl Soroush al in 1999 dezelfde beweringen deed in de originele Perzische versie van zijn boek? Journalist Ali Ebrahim van Alef website geeft in een tweede mail het antwoord. ‘De boeken van Soroush,’ schrijft hij, ‘zijn heel gecompliceerd en multi-interpretabel, terwijl het interview in ZemZem recht voor zijn raap en expliciet is. Dat is het geheim achter het debat dat jullie interview heeft losgemaakt.’
Soroush nam uiteindelijk alle twijfel over de authenticiteit van het interview weg door het op zijn eigen website te plaatsen en het vervolgens in de onlangs uitgekomen Engelse vertaling van zijn boek op te nemen.

Michel Hoebink werkt bij de Arabische afdeling van de Wereldomroep.