Hoop op doorstart islaminstituutJurgen Maas
‘Leids centrum of onderzoekschool geen serieus alternatief voor ISIM’Honderden steunbetuigingen van collega-onderzoekers uit de hele wereld zijn er inmiddels voor een petitie gericht aan minister Plasterk om het Isim te behouden. Het is de vraag of het islaminstituut dat op 1 januari zijn deuren sloot een doorstart zal maken. Ze heeft net een ingezonden brief gestuurd naar NRC Handelsblad en ook aan de telefoon klinkt Annelies Moors strijdbaar. De hoogleraar antropologie, namens de Universiteit van Amsterdam verbonden aan het International Institute for the Study of Islam in the Modern World (Isim), heeft zich geërgerd aan een uitspraak in de krant van de Leidse rector magnificus, tevens voorzitter en enig lid van het Isim-bestuur Paul van der Heijden. Op de vraag waarom een doorstart van het Isim door het Leidse College van Bestuur is afgeschoten antwoordde hij: ‘It’s all in the game.’ Volgens Moors laat Van der Heijden daarmee ongewild zien waar de zere plek ligt. ‘Voor bestuurders is het voortbestaan van het Isim een spel.’ ‘In september hebben de Isim-leerstoelhouders en de decaan van de Leidse Faculteit Geesteswetenschappen, Wim van den Doel, op verzoek van Van der Heijden een reddingsplan opgesteld,’ vertelt Moors. ‘Het Isim zou een semi-autonome status krijgen binnen Geesteswetenschappen, waarbij we hoopten de huidige onderzoeksprogramma’s te kunnen voortzetten met financiële steun van het ministerie. Maar Van der Heijden heeft het plan niet eens aan de minister voorgelegd. In plaats daarvan diende hij een plan in voor een Leids centrum voor islamstudies dat uitsluitend Leidse medewerkers bijeen zou brengen die, in zijn woorden, “iets met islam” deden. Daarmee zou dan wel meer dan twee-derde van het Isim-onderzoek, geleid door de niet-Leidse Isim-hoogleraren, verdwijnen.’ In NRC Handelsblad zei Van der Heijden dat zijn bezwaren tegen het reddingsplan vooral van financiële aard waren. ‘Wij kunnen ons niet permitteren om met een niet-kostendekkend Isim te werken.’ Moors: ‘Ik begrijp best dat de Leidse universiteit het Isim niet kan financieren, maar ik vind het onbehoorlijk dat Van der Heijden als voorzitter van het Isim-bestuur een breed gedragen plan niet eens naar het ministerie heeft mee genomen. Blijkbaar ligt zijn prioriteit bij de Leidse geesteswetenschappen en niet bij het Isim. Alweer begrijpelijk, maar wel erg doorzichtig. Het Leidse voorstel heeft het dan ook niet gehaald.’ In een reactie zegt Van der Heijden dat hij er alles aan heeft gedaan om het Isim overeind te houden. ‘Ik heb er ongelofelijk veel tijd in gestoken, meer dan ieder ander. Ik begrijp de emoties, maar de andere universiteiten zijn uit het Isim gestapt. Mevrouw Moors kan dan ook beter haar gram gaan halen bij haar eigen bestuursvoorzitter. Waarom minister Plasterk een Leids centrum heeft afgewezen? Hij wilde per se dat alle vier de universiteiten erbij betrokken zouden blijven.’ Onvoldoende prioriteitHet Isim werd in 1998 opgericht door de universiteiten van Leiden, Amsterdam (UvA), Utrecht en Nijmegen en het ministerie van OCW. Doel van het instituut was onderzoek te verrichten en bevorderen naar maatschappelijke, politieke, culturele en intellectuele ontwikkelingen in hedendaagse islamitische gemeenschappen en samenlevingen wereldwijd. De eerste vijf jaar droegen de universiteiten elk jaarlijks 220.000 euro bij en het ministerie verdubbelde dat tot een budget van bijna 2 miljoen euro. Voor de periode 2004-2007 verstrekte OCW het Isim jaarlijks een subsidiebedrag van 0,9 miljoen euro, met als voorwaarde dat het na 2007 zelfstandig diende te functioneren met financiële steun van de vier participerende universiteiten. Om het instituut een steun in de rug te geven tot zelfstandigheid kende de minister voor 2008 een bedrag toe van 0,5 miljoen euro. Het is dan ook opvallend dat de Utrechtse collegevoorzitter Yvonne van Rooy zegt dat al anderhalf jaar geleden het besluit is genomen om uit het Isim te stappen, omdat het financieel niet levensvatbaar was. Moors geeft echter een andere verklaring: ‘Het Isim had voor het ministerie en de voorzitters van College van Bestuur onvoldoende prioriteit. Juist omdat het zo’n sterke reputatie heeft, dachten alle partijen dat de ander wel met geld over de brug zou komen.’ In ieder geval haalde oud-ambassadeur en lid van de adviesraad van het Isim Niek Biegman op 13 november tijdens de jaarlezing in Amsterdam ter gelegenheid van de tiende verjaardag van het Isim hard uit: ‘Als de BV Nederland juist nu de stekker er uit trekt, lijkt mij dit ongerijmd, absurd en schandalig.’ Een maand later maakte de Universiteit Leiden via een persbericht bekend dat ze onvoldoende financiële mogelijkheden zag voor voortzetting van het Isim. Geconfronteerd met zijn uitspraak zegt Biegman nu dat de Universiteit Leiden de stekker eruit heeft getrokken. ‘Een alternatief moet de naam Isim waardig zijn, dus geen Leids instituut.’ Isim-hoogleraar Martin van Bruinessen, verbonden aan de Universiteit Utrecht, stelt dat het eigenlijk al mis ging toen bijna twee jaar geleden zijn Nijmeegse collega Abdulkader Tayob een aanstelling kreeg aangeboden als directeur van een onderzoeksinstituut in Kaapstad. Van Bruinessen: ‘Nijmegen wilde de bakens al verzetten en dacht: dit is een mooi moment om uit het Isim te stappen, we benoemen geen opvolger. Luister, het Isim is opgezet door de voorgangers van de huidige voorzitters van Colleges van Bestuur. Net als bijvoorbeeld iedere nieuwe regering willen ook universiteitsbestuurders zich profileren met eigen beleid, en iets voortzetten dat door een voorganger is opgezet heeft dan geen hoge prioriteit. Daar komt bij dat het Isim kantoor hield in Leiden, en naar de buitenwereld toe daardoor een “Leids” imago had. Dat lijkt voor de overige universiteiten ook een reden geweest te zijn er geen geld meer in te willen steken. Daar doen ze liever iets leuks van in eigen huis.’ Van Bruinessen vervolgt: ‘Isim promovendi die door mij worden begeleid promoveren aan de Universiteit Utrecht, en de universiteit heeft nog veel meer terug ontvangen voor haar bijdrage aan het Isim, in de vorm van conferenties, lezingenseries, en bijdragen van onze fellows aan het onderwijsaanbod. Maar men bleef het Isim toch zien als een Leids instituut.’ EvaluatierapportOok Biegman stelt dat Nijmegen, Utrecht en Amsterdam zich binnen het Isim onzichtbaar voelden. ‘Nu dreigt tien jaar hoogwaardig onderzoek het putje in te gaan. Het Isim kreeg begin 2008 nog een 10+,’ zegt hij vertwijfeld. Biegman doelt op het evaluatierapport van een internationale visitatiecommissie die in opdracht van het ministerie het Isim heeft beoordeeld over de periode 2002-2007. Als reactie op een internationale steuncampagne had minister Plasterk in 2007 om een onafhankelijke evaluatie van het instituut gevraagd. De visitatiecommissie noemde de kwaliteit van het onderzoek excellent. Volgens Van Bruinessen spelen voor de huidige collegevoorzitters de kwaliteit van het onderzoek en de internationale reputatie van het Isim slechts een secundaire rol. ‘Geen van de huidige collegevoorzitters heeft interesse getoond voor het maatschappelijke belang van aan het Isim verricht onderzoek, of willen inzien hoeveel waardering het Isim internationaal krijgt en hoe we erin geslaagd zijn van het Isim een centraal knooppunt in netwerken van onderzoekers te maken en de internationale onderzoeksagenda mede te bepalen.’ ‘De universiteiten hebben allemaal internationalisering en valorisatie van wetenschappelijke kennis hoog in het vaandel staan, maar uit het Isim, dat juist op deze punten hoog scoort, trekken ze zich terug. Ik vind het allemaal nogal gênant. Even leek het er zelfs op dat Leiden de naam Isim wilde “lenen” voor zijn eigen lokale centrum, in de hoop zo het voor het Isim bestemde geld van het ministerie binnen te halen.’ ‘Een ander kritiekpunt dat we veel horen is dat we in de media te weinig zichtbaar zijn,’ stelt Van Bruinessen. ‘Mijn bestuursvoorzitter zou me, denk ik, het liefst elke week in Nova zien zitten; dat maakt meer indruk op bestuurders dan wetenschappelijke publicaties. Maar zichtbaarheid in de media is nooit een doelstelling op zich geweest. Het Isim moest een internationaal gerespecteerd onderzoeksinstituut worden en zou een maatschappelijke taak krijgen als expertisecentrum. We zijn erin geslaagd om belangrijke thema’s aan de orde te stellen die in het publieke debat een rol bleven spelen. Wetenschappers als Tariq Ramadan, Olivier Roy en Abdolkarim Soroush zijn door het Isim hier geïntroduceerd. We hebben cursussen gegeven aan speciale doelgroepen, en zijn regelmatig geraadpleegd door diverse ministeries en maatschappelijke organisaties. Trouwens, ook journalisten weten ons heus wel te vinden.’ Martijn de Koning is als docent en onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en was postdoc aan het Isim. Hij wijst op de belangstelling die er is geweest voor de lezingen, debatten, het onderzoek naar mode van Moors en het salafisme-onderzoek waar hijzelf bij betrokken is. De Koning: ‘Noem mij, met uitzondering van die instituten die onderzoek doen dat gerelateerd is aan de Tweede Wereldoorlog, een instituut dat zo zichtbaar en zo makkelijk toegankelijk is voor de media. Het media-argument klopt dus niet.’ ‘We leven in een tijd waarin islam in het middelpunt van de belangstelling staat, waarin er heel veel wetenschappelijk en maatschappelijk relevante kennis nodig is over moslimgemeenschappen in Europa en daarbuiten,’ benadrukt De Koning. ‘Het Isim richtte zich precies daarop, verrichtte uitstekend onderzoek en kreeg nationaal en internationaal erkenning voor de wijze waarop dat onderzoek werd verricht en uitgedragen. Het stimuleerde en initieerde allerlei wetenschappelijke en maatschappelijke activiteiten, goed voor de naam van Nederland in het buitenland als een land dat wetenschap hoog in het vaandel heeft en maatschappelijk relevant onderzoek wereldwijd stimuleert. En dat instituut sluit je omdat je er geen geld voor over hebt en je er te weinig imagovoordeel uit haalt. Ongelofelijk. Je moet je afvragen of sluiting dat imago niet schaadt en of sluiting niet een enorme verspilling is van al het geld dat er in het verleden is in gestoken. Het is toch op zijn zachtst gezegd opmerkelijk dat de noodzaak voor universiteiten om zich te profileren gecombineerd met de grote bezuinigingen die ze de laatste jaren hebben doorgevoerd tot een beslissing leidt die volkomen los staat van inhoudelijke kwaliteit. In dit geval leidt marktwerking tot kwaliteitsverlaging,’ aldus De Koning. OptiesVolgens Van der Heijden is OCW nu bereid om middelen beschikbaar te stellen voor een landelijke onderzoekschool of een samenwerkingsverband op het gebied van islamstudies. ‘Daarvoor hebben zich naast de al eerder bij het Isim betrokken universiteiten ook de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Vrije Universiteit als mogelijke deelnemers gemeld. Het initiatief ligt nu bij mevrouw Van Rooy.’ De Utrechtse bestuursvoorzitter Van Rooy bevestigt dat zij momenteel onderzoekt wat de mogelijkheden zijn om te komen tot de oprichting van een ‘interuniversitaire onderzoeksschool met een spin off binnen de verschillende universiteiten’. Martin van Bruinessen ziet echter niets in dit model. ‘Het Isim had een samenhangend onderzoeksprogramma en was een fysieke plek waar onderzoekers elkaar konden ontmoeten. Een onderzoekschool, zoals nu voorgesteld, hangt als los zand aan elkaar. De meeste van de islamwetenschappers die men daarin wil samenbrengen zaten tot voor kort in de Leidse onderzoekschool CNWS. Die heeft totaal niet gefunctioneerd als samenwerkingsverband en is onlangs opgeheven.’ Van Rooy: ‘Ik begrijp dat de Isim-hoogleraren niet enthousiast zijn, maar ze moeten de feiten onder ogen zien. Er zijn zoveel vakgebieden die moeten inkrimpen.’ Niek Biegman wil zich niet uitlaten over mogelijke alternatieven. Hij adviseert om Louk de la Rive Box te bellen, rector van het International Institute of Social Studies in Den Haag dat sinds januari als universitair instituut deel uitmaakt van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Vanaf zijn vakantieadres in Frankrijk zegt De la Rive Box dat het een ‘bloody shame’ is dat het Isim zijn deuren heeft moeten sluiten. ‘Als ISS willen we graag meedenken over eventuele opties. Het Isim heeft een voortreffelijke naam in het buitenland en er is onvoldoende gedaan om het te behouden. Maar de schuld wordt te makkelijk op het bordje van Leiden gelegd. De andere universiteiten treft evenzeer blaam en de minister had tijdig moeten ingrijpen.’ Over de mogelijke oprichting van een onderzoekschool is De la Rive Box echter zeer verbaasd: ‘Minister Plasterk heeft aangegeven dat voor hem een onderzoekschool niet aanvaardbaar is. Hij vindt het een te losse constructie. Ik weet dat er nog een half miljoen op de begroting van OCW staat voor een initiatief om het Isim te redden, maar ook wij hebben geen geld en er is zeker nog een miljoen nodig.’ Voor Annelies Moors is eigenlijk wel duidelijk welke optie gekozen zou moeten worden: ‘Het Isim zou bijvoorbeeld ondergebracht kunnen worden bij de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, dat past ook prima bij de aanbevelingen van de evaluatiecommissie. Of als instituut bij een andere instelling die in de kwaliteit van onderzoek geïnteresseerd is. Maar dan moet de minister wel actie ondernemen. Het is toch onbegrijpelijk dat hij eerst zelf om een evaluatie vraagt en dan terwijl de resultaten zo positief zijn laat weten onvoldoende middelen te hebben voor een doorstart.’ Een woordvoerster van OCW laat weten dat de minister in afwachting is van een voorstel van de collegevoorzitters. In eerste instantie neemt ze het woord onderzoekschool in de mond, om vervolgens te zeggen dat nog niets duidelijk is. Zelfs geen datum waarop een eventueel voorstel op tafel moet liggen. Jurgen Maas is redacteur van ZemZem.
|