Multatuli als richtsnoer

Portret van Pieter Sjoerd van Koningsveld

Hij zegt te zijn opgegroeid in de keuken van de godsdienst. Maar al op jonge leeftijd liet Pieter Sjoerd van Koningsveld het geloof achter zich. Dankzij Multatuli. Onlangs ging de Leidse islamoloog met pensioen als hoogleraar Godsdienstgeschiedenis van de islam in Europa. ‘Ik ben geen essentialist. Verschrikkelijk.’ Deel vier van de serie Afscheid van een generatie.

In de woonkamer van zijn doorzonwoning uit de jaren zeventig in Oegstgeest staan twee boekenkasten vol oude werken. Aan de muur een aantal prachtige schilderijen. ‘Van uw vrouw?’ vraag ik aan Pieter Sjoerd van Koningsveld. Verbazing op zijn trotse gezicht. ‘Hoe weet u dat?’ Zijn (tweede) vrouw, Afifa Aleiby, afkomstig uit Irak, is kunstenares, vertelde hij vier jaar geleden in een interview met Trouw.

In zijn leven heeft Van Koningsveld vaak de pers te woord gestaan. In NRC Handelsblad verscheen er ter gelegenheid van zijn afscheid een artikel met als kop ‘De Hollandse moefti’. Je zou kunnen stellen dat hij dan toch in de voetsporen van zijn vader is getreden. Die was predikant. Zou zijn vader trots zijn geweest op zo’n kop? ‘Dat is een moeilijke vraag. Hij is vrij jong overleden. Hij heeft mijn carrière niet meegemaakt.’ En dan met een glimlach: ‘De kop is niet van mij afkomstig. Het is natuurlijk een knipoog naar Snouck Hurgronje, de moefti van Batavia, over wie ik veel heb gepubliceerd.’

Oud-studenten en imams reageerden enthousiast op de kop. Had zijn vader er uit opgemaakt dat zijn zoon moslim zou zijn geworden, had hij dat niet leuk gevonden. ‘De concurrent, hè. Onmogelijk voor hem.’

Van Koningsveld, geboren in 1943 en door zijn vader gedoopt, groeide op in Friesland. Een gereformeerd nest. Hij was de vierde zoon. Na hem kwamen nog vier dochters en een zoon. De meesten hebben gestudeerd, biochemie, wiskunde, filosofie, Franse taal en letterkunde. ‘We zijn bijna allemaal in het onderwijs beland.’

Zijn moeder was huisvrouw, ondanks een opleiding aan de modevakschool. Maar er was ook personeel. ‘Dienstmeisjes, ja meervoud, en een tuinman. Normaal voor een predikant in een dorp in Friesland.’ Of het ook een politiek bewust gezin was? ‘Mijn ouders stemden ARP. Ze liepen er niet mee te koop. Geen verkiezingsbiljet voor de ramen. Mijn vader was als predikant de verbindende factor in een gemeenschap met verschillende opvattingen.’

Zelf heeft hij nooit geloofsbelijdenis gedaan. Zijn vader had er geen moeite mee. ‘Geloofsbelijdenis doe je als je er aan toe bent. Ik heb al op het gymnasium het geloof achter me gelaten. Door Multatuli. Uit zijn werk spreekt een enorm relativisme ten aanzien van geloofsopvattingen. Je staat in een bepaalde traditie, afhankelijk van waar je geboren bent en waarin je bent opgevoed. De mens als mens is gelijkwaardig en dient gelijkwaardig te worden behandeld. Ik beschouw mezelf als atheïst en humanist. Multatuli kon erg sarcastisch en satirisch zijn, hij heeft nooit een vijandige houding ten opzichte van religieuze opvattingen gehad. Ik ook niet.’

‘Multatuli’s afkeer van het oriëntalisme, zoals we dat hebben leren kennen door Edward Said, is mijn leidmotief. Ik ben geen essentialist. Verschrikkelijk. Godsdienstgeschiedenis is bijna altijd sociale geschiedenis. Ik relateer de ideologische kant aan de sociaal-economische verhoudingen. Toch ben ik geen dogmatisch relativist.’

Geheim
Was de geloofsbelijdenis geen heikel punt, zijn vader wilde wel dat hij aan de VU ging studeren. ‘Ik heb in Amsterdam een voortreffelijke, degelijke opleiding gehad in de Semitische taal- en letterkunde. Ook zat ik bij een dispuut met overwegend ongelovige studenten.’ Hij lacht.

Zijn vader wilde echter dat hij klassieke talen ging studeren. ‘Ik was erg goed in talen. Mijn vader zag in mij een rector aan een gymnasium. Er bestond toen een goede beurzenregeling. Als je goed was, hoefde je niet te betalen. Maar, en nu ga ik een geheim verklappen, een van de ouders moest de aanvraag ondertekenen. Omdat de studierichting erop vermeld stond, heb ik de handtekening van mijn vader vervalst. Nee, dat heb ik hem nooit verteld.’

Hij koos vrijwel direct voor het Arabisch als hoofdvak. ‘Op het gymnasium had ik twee jaar Hebreeuws. Het was me snel duidelijk dat die wereld beperkt is.’
Dat hebt u thuis wel verteld? ‘Ik heb er kortstondig onenigheid met mijn vader over gehad. Hij begreep dat ik niet te vermurwen was. Wel moest ik daarnaast een studie rechten gaan volgen. Een oom van mij, een bekende classicus en directeur van de provinciale bibliotheek in Friesland, had mijn vader ingefluisterd dat Arabisch een vak is voor ‘rijke feodale mensen die op eigen kosten opgravingen doen in Syrië. En jullie hebben geen geld.’

Wat had u voor ogen met uw studie? ‘Geen idee. Als ik geen werk zou kunnen vinden, kon ik altijd nog strafpleiter worden. Dacht ik toen. Ik heb rechten namelijk nooit afgemaakt. Na mijn doctoraalexamen Semitische taal- en letterkunde kreeg ik een baan bij Keesings Historisch Archief. Ik schreef er voor schoolbladen en bereidde necrologieën voor. Toen ben ik met rechten gestopt. Een paar jaar later, in 1969, kon ik als wetenschappelijk ambtenaar aan de slag op de afdeling Oosterse Manuscripten van de Leidse Universiteitsbibliotheek, en in 1974 was er de vacature docent islam aan de faculteit Godgeleerdheid.’

Over die vacature hebt u heel lang nagedacht, zei u tijdens uw afscheidscollege. ‘In Leiden zeiden ze dat je als staatsdocent volkomen vrij was. Maar er waren ook kerkelijke hoogleraren. Fokke Sierksma, bekend godsdienstwetenschapper en ook atheïst, verzekerde me dat ik geen problemen zou krijgen.’

Officier
Twee jaar later, hij was begin dertig, kon Van Koningsveld hoogleraar worden aan de VU. Hij nam slechts een paar minuten bedenktijd. ‘Een hoogleraar moest schriftelijk verklaren dat hij of zij niets zou doen dat schadelijk zou kunnen zijn voor de beginselen van de VU. Op het terrein van de islam kun je dan al snel in de problemen raken. Hoe er ook in die tijd aan de VU over de islam gedacht werd! Eigenlijk tot op de dag van vandaag. Ik zou er niet de laagste rang van docent hebben willen bekleden.’
U bent toch heel ambitieus. Hij lacht.

‘Ik zou er geen moeite mee hebben gehad als ik nu in Leiden zou zijn afgezwaaid als wetenschappelijk medewerker. Integendeel.’
Pardon? ‘Ja.’ Opnieuw die lach. Nu iets harder.

U bent sinds vorig jaar zelfs officier in de Orde van Oranje Nassau. ‘Daar hebben anderen een aanvraag voor moeten indienen. Ik ben officier vanwege de studierichting islamitische theologie die ik heb opgezet, geld voor heb aangevraagd en waar ik docenten heb benoemd. Een mooie blijk van waardering.’
Mij bekruipt het gevoel dat ik tegenover een republikein zit. ‘In hart en nieren. Maar prins Claus heeft eens gezegd dat Nederland het enige republikeinse koninkrijk is. En vergeet niet de toespraken van koningin Beatrix van de laatste jaren. Ontzettend waardevol. Ze heeft duidelijk afstand genomen van de radicale benadering van minderheden en de islam. Genoeg om trots te zijn om in haar naam die onderscheiding te dragen.’
Wat ziet u als uw belangrijkste wapenfeit? ‘Dat is moeilijk.’
Noemt u er drie. Opnieuw die lach.
‘Luister. Ik heb het niet nagerekend, maar als ZemZem voortaan bij deze serie vraagt hoeveel hoofdvakstudenten en promovendi hebt u begeleid, dan hoor ik bij de top. Misschien sta ik zelfs op nummer 1.’
En iedereen heeft ook altijd werk gevonden, benadrukte u tijdens uw afscheidscollege. ‘Het is geld van de belastingbetaler.’

Politiek actief
Tijdens zijn loopbaan was Van Koningsveld ook politiek actief. In de jaren tachtig, voor de PvdA. Hij woonde in Noordwijkerhout en blies de plaatselijke afdeling nieuw leven in. Direct twee zetels. Vier jaar lang was hij raadslid. ‘Noordwijkerhout was een rechtse, katholieke gemeente. Er was een links geluid nodig.’

Hoe kwam hij bij de PvdA terecht? ‘In mijn studententijd had ik sympathie voor het communisme. Regelmatig bezocht ik boekhandel Pegasus in de Leidsestraat. De eerst keer dat ik mocht stemmen, kruiste ik daarom CPN aan.’

Een gebrek aan kennis over Stalin? ‘Ik las de werken van Marx. Nog steeds deel ik zijn analyse van de sociale geschiedenis. Maar op partijbijeenkomsten voelde ik me niet thuis. Sektarisme. Na de Vietnamoorlog wilde ik niks meer met het communisme te maken hebben en heb ik me bij de PvdA aangesloten. Kom ik op kaderweekenden, met Ed van Thijn als docent, ontdek ik dat er geen verschil is tussen de gereformeerde kerk en de PvdA! Haha.’

Het duurde nog vele jaren voordat Van Koningsveld zijn lidmaatschap opgaf. Hij verheft zijn stem: ‘Paul Scheffer heeft met zijn artikel “Het multiculturele drama” de legitimatie verschaft voor een ruk naar rechts in de PvdA. Beschamend. Opportunisme. Hij heeft het integratievraagstuk geïslamiseerd. Daar keer ik mij tegen. Analyseer de achterstandsposities die moslims innemen op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en de huisvesting. De PvdA heeft ook geen traditionele linkse agenda meer.’
Niet gek als Wim Kok de ideologische veren heeft afgeschud in de jaren negentig. ‘Dan hou je niks over.’
Hij is al jaren partijloos.

Inquisitie
Als hij zich zo tegen Scheffer en de PvdA keert, kan Van Koningsveld dan uitleggen op welke manier zijn oratie uit 1992 over islamitische slaven in Europa in de Middeleeuwen relevant is voor het islamdebat? Een beetje verbeten: ‘Er waren in de Middeleeuwen met name in de zuidelijke landen van Europa slaven van Arabisch-islamitische afkomst. Zij werden gechristianiseerd. In de kerk was er discussie of ze moslim mochten blijven en of ze gebedshuizen mochten hebben. Dat was absoluut niet toegestaan. De positie van de islam in Europa is pas veranderd na de Franse Revolutie, met de Verlichting, de invoering van de mensenrechten, vrijheid van godsdienst en de secularisatie. Historisch gezien is secularisatie de basisvoorwaarde voor het bestaan van de islam in Europa. Dat is de relevantie voor de huidige tijd. Islam en secularisme zijn in Europa vrienden, geen vijanden. Keert Europa terug naar een situatie van voor de Franse Revolutie, dan wordt de islam verboden en worden de moskeeën afgebroken. In de vijftiende en zestiende eeuw namen moslimse minderheidsgemeenschappen in Spanje, de Mudejares, dezelfde positie in als de joden in Europa. Ze konden blijven bestaan dankzij de bescherming van de feodale vorsten. De kerk daarentegen pleitte voortdurend voor de verdrijving van moslims en joden. Wereldlijke heersers hielden hen de hand boven het hoofd. Het christendom, dat natuurlijk in zijn huidige verschijningsvorm veel van zijn tanden is kwijtgeraakt, is minder pacifistisch dan het op het eerste gezicht lijkt. Zie de Inquisitie en de brandstapels.’

In het al eerder aangehaalde afscheidsartikel in NRC Handelsblad stelde Van Koningsveld dat er een westerse islam ontstaat die de scheiding tussen religie en staat volledig accepteert. De vraag dringt zich op: welke ontwikkeling moet de islam nog doormaken? Het antwoord laat niet lang op zich wachten. ‘Die moet nog dieper theoretisch worden gefundeerd. Een kernpunt is het familierecht. In een seculiere omgeving als Nederland is het persoons- en familierecht voor alle burgers identiek, onafhankelijk van hun religieuze achtergrond. Er is geen rechtspluralisme. Het islamitische huwelijksrecht biedt aan de man bepaalde voordelen die hij niet geniet als hij in een seculiere staat trouwt. Onze wet schrijft voor dat een imam geen huwelijk mag sluiten in een moskee voordat het is gesloten door een ambtenaar van de burgerlijke stand. Het is daarmee een inzegening, geen huwelijksvoltrekking. De Europese Raad voor Fatwa’s stelt nu dat een huwelijk gesloten voor de Nederlandse burgerlijke stand rechtsgeldig is vanuit het oogpunt van de islam. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse nationaliteit, het dienen in het leger, ook als dat vecht tegen een moslimland. Een volgende stap is dat de raad gaat zeggen dat het seculiere systeem optimaal beantwoordt aan de beginselen van de islam.’

‘Moslims in Europa moeten net als christenen en joden het gevoel krijgen dat het bij het geloof om ceremonies, rituelen en sociale ethiek gaat, niet om sociale voorschriften, zoals bijvoorbeeld familierecht, die naar het algemene rechtsgevoel onder de seculiere wetgeving vallen.’

En het strafrecht? ‘Het is absoluut onwenselijk als het islamitisch strafrecht wordt toegepast in Nederland. Ik wil ook niet terug naar christelijke opvattingen over het huwelijksrecht. Ik herinner me dat het voor een familielid onmogelijk was om te scheiden. Tenzij het ging om overspel. Als dat aantoonbaar niet het geval was, kon je niet scheiden. Het verwijderen van de laatste restanten van de christelijke invloed in het familierecht heeft heel lang geduurd.’

Fatwaraad
Hij is als toehoorder herhaaldelijk aanwezig geweest bij de Europese Raad voor Fatwa’s. Voorman is de Egyptische islamgeleerde Yusuf al-Qaradawi, berucht om zijn vergoelijking van Palestijnse zelfmoordaanslagen. Van Koningsveld noemt dat een politieke zaak. ‘De Raad verricht belangrijk werk, met specialisten uit Europa en de Arabische wereld. Ze krijgt vragen als: hoe bereken je de gebedstijden in Europa? Hoe kan er een uniforme islamitische kalender tot stand komen? Mag iemand een hypotheek nemen met rente? Dat laatste bijvoorbeeld mag dan, maar dan is de volgende discussie: mag het dan ook in de islamitische wereld? Het heeft dus enorme implicaties voor de islam wereldwijd.’

‘Nee, er zijn niet vaak niet-moslims bij aanwezig. Maar de rol van een niet-islamitische expert is niet iets van deze tijd. Neem de geschiedenis van de islamitische jurisprudentie in Spanje. Als een moefti een uitspraak deed op het terrein van de medische wetenschap raadpleegde hij een arts, ook als deze christen of jood was.’
‘Tijdens een zitting van de Fatwaraad in Dublin speelde een discussie over een huwelijk tussen een moslim en een katholieke vrouw dat zou worden ingezegend in de katholieke kerk. De man vroeg of hij dat kon doen als moslim. Qaradawi vroeg wat ik er van vond. Ik antwoordde dat er dan studie gemaakt zou moeten worden van de opvattingen die de katholieke kerk heeft over de betekenis van het huwelijksritueel. Volgens mij moeten de partners ook bij een interreligieus huwelijk beloven dat ze de kinderen katholiek zullen opvoeden.’

Toen zei Qaradawi natuurlijk: we adviseren negatief. Van Koningsveld grijnst. ‘De Raad heeft dat slim aangepakt. Volgens islamitische huwelijksregels moeten kinderen een islamitische opvoeding krijgen. Dus is er duidelijk sprake van een conflict. De fatwa die de Raad heeft opgesteld stelde geen bezwaar tegen de inzegening van het huwelijk, indien niet van de man gevraagd zou worden dat hij beloofde de kinderen katholiek op te voeden.’

Moet iemand dat niet vooral voor zichzelf beslissen? ‘Dat vind ik zeker. Een fatwa is slechts een advies. Een opinie van een rechtsgeleerde. U kunt het werk van de rabbijnen van de islam scholastiek vinden en uit de tijd, maar dan moet ik u teleurstellen. Het is nog springlevend. De vorm is misschien niet nodig, de inhoud wel. Ik ben in dat opzicht opgegroeid in de keuken van de godsdienst. Mensen kwamen bij mijn vader voor advies. Pastorale begeleiding. Ze vertrokken allemaal tevreden naar huis. Gelovigen hebben die behoefte.’

Revisionisme
De titel van zijn afscheidscollege eind maart luidde: ‘Revisionisme en moderne islamitische theologie’. Daarin stonden twee vragen centraal: heeft Mohammed bestaan, en wanneer is de koran ontstaan? Van Koningsveld: ‘Men heeft mij herhaaldelijk gevraagd om aan deze discussie deel te nemen. Lange tijd heb ik gezegd: iemand die nu bijvoorbeeld beweert dat Willem van Oranje niet heeft bestaan moet toch echt zelf het bewijs leveren. Daar treed je toch niet over in discussie.’
‘Het is voor mij evident dat Mohammed heeft bestaan en wanneer de koran is ontstaan. Niet omdat het een geloofsartikel is voor mijn generatie, maar vanwege de bewijzen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld over Jezus is er over Mohammed veel documentatie. Het revisionisme is een sektarische ontwikkeling binnen het vakgebied. Het zijn dilettanten. Ik heb mijn afscheidscollege er aan gewijd vanwege het veranderde politiek klimaat. Het begint wild om zich heen te grijpen. Wilders laat zo nu en dan ook revisionistische geluiden horen. Er wordt serieus geluisterd naar de revisionisten.’

‘Ik heb geprobeerd aan te tonen dat de koran wel degelijk uit het begin van de zevende eeuw stamt en dat Mohammed een historische figuur is. Met name als het gaat om oude koranhandschriften heb ik nieuwe gegevens verzameld, ontleend aan oude bronnen die in het debat nog niet zijn genoemd. Documenten waar Mohammed bij betrokken was, en poëzie. Als student kwam ik al in aanraking met de Arabische literatuurgeschiedenis van Regis Blachère. Hij heeft een heel deel gewijd aan literatuur uit de tijd van Mohammed. Revisionisten gaan daar nauwelijks op in. Ze stellen dat de hele islamitische traditie onbetrouwbaar is. Onacceptabel.’

Maar als de atheïst Van Koningsveld de koran leest, wat leest hij dan eigenlijk? ‘Ik lees…’ Hij valt stil. Na een halve minuut: ‘De koran heeft een enorme spirituele zeggingskracht. Er zit veel poëtische verbeelding in.’

Zou u een passage kunnen noemen die u emotioneel raakt? Lachend: ‘Daar moet ik over nadenken. Het is niet eenvoudig om dat in het Nederlands uit te leggen. Passages hebben in het Arabisch meerdere betekenissen. Het is een mantische taal, een taal die op verschillende niveaus is te begrijpen. Daarom weten veel westerlingen niet hoe ze met de koran moeten omgaan. Het is in eerste instantie een gereciteerde tekst, daardoor kunnen ogenschijnlijk eenvoudige mededelingen een spirituele dimensie krijgen. Als ik de koran lees, of cd’s van beroemde koranzangers uit Marokko of Egypte beluister, ervaar ik dat als het lezen van de allermooiste Engelstalige poëzie, of de mooiste passages uit de bijbel.’

Hij herhaalt de vraag. ‘Een passage die me raakt?’ Zucht. Hij staart naar zijn boekenkast. ‘In een soera wordt gesproken over de reis die Mohammed heeft gemaakt naar de hemel. Ik ben ervan overtuigd dat vanaf het begin duidelijk is geweest dat het niet om een echte hemelreis ging maar om een visioen. Een visioen waarin Mohammed heeft ervaren dat hij naar de hemel is opgestegen. Deze passage, prachtig verwoord, zet mij aan tot nadenken over wat de essentie is van het leven. Het is een humanistische down to earth benadering van de koran, maar het is hoe ik er persoonlijk betekenis aan kan geven. Door de instrumenten die ik in mijn carrière heb kunnen verwerven ben ik in staat om de koran op deze wijze te appreciëren.’

‘Ook in de mystieke poëzie van de islam vind ik ontzettend veel algemeen menselijke motieven. Relevante motieven. Daarom heb ik de Burda van Al-Busiri naar het Nederlands vertaald. Het is een voor veel Nederlanders herkenbare manier van religieuze verering, toegankelijker dan de koran. De manier waarop in de katholieke traditie, en in mindere mate de protestantse, naar de figuur van Jezus wordt gekeken staat dichtbij wat je in een gedicht als de Burda tegenkomt ten aanzien van Mohammed. Het is ook een avontuur: het algemeen menselijke proberen te ontdekken in de Arabisch-islamitische cultuur. Het is voor mij een axioma. Ik kom dan buiten de wetenschap, maar toch zoek ik naar bevestiging van het axioma. Dat is het.’

Jurgen Maas is redacteur van ZemZem.